Het kabinet heeft voorstellen gedaan voor het nieuwe box 3-stelsel, maar ook voor aanpassingen in box 1 én 2. Voor 90% van de vermogensbestanddelen geldt vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting. Voor ondernemers is verder van belang dat onder meer het tarief in box 2 tijdelijk omlaag gaat. Daarentegen wordt het lenen bij de eigen bv in vijf jaar verlaagd naar € 100.000. Hoe zien de voorstellen eruit?

Vanaf 2027 kan er iets wijzigen in de btw-berekening over de doorberekende motorrijtuigenbelasting (mrb) in je leasebedrag. Als de doorberekende mrb een zogenaamde doorlopende post is, hoeft de leasemaatschappij hierover geen btw te berekenen. Ook niet vanaf 2027. Dit is anders als de doorberekende mrb een zogenaamde quasi-doorlopende post is. Hoe zit dat?

In tegenstelling tot eerdere toezeggingen heeft het kabinet op Prinsjesdag 2026 geen duidelijkheid geschept over eventuele aanpassingen op het nieuwe box 3-stelsel dat vanaf 2028 gepland is. Beslissingen daarover zijn tot nader orde uitgesteld en niet verwerkt in de op Prinsjesdag gepresenteerde begroting. Inmiddels is op 29 september 2026 wel een Kamerbrief verschenen met voorstellen voor het nieuwe box 3-stelsel.

Een slim apparaat, een mobiele app, een stuk software: alles met een digitaal element moet vanaf eind 2027 veilig zijn. Dat regelt de Cyber Resilience Act (CRA), een Europese verordening die in het Nederlands Verordening cyberweerbaarheid heet. Anders dan bij de Cyberbeveiligingswet maakt de omvang van je bedrijf hier niet uit. Ook als zzp'er of klein bedrijf kun je er dus mee te maken krijgen.

Beter beveiligd raken tegen cyberdreigingen kost geld. Je kan hierbij denken aan bijvoorbeeld nieuwe software, een wachtwoordmanager, een training voor je medewerkers. Die investering hoef je niet meer alleen te dragen. Van 7 september tot en met 30 november 2026 kun je subsidie aanvragen via de regeling 'Mijn Cyberweerbare Zaak'. Hieronder lees je hoe dat werkt.

Een werkgever die te maken heeft met een onder bewind gestelde werknemer is verplicht om het loon niet aan de werknemer zelf maar aan diens bewindvoerder te betalen. Betaalt de werkgever toch aan de werknemer dan bestaat het risico dat hij nog een keer moet betalen, maar dan aan de bewindvoerder. Hoe kun je dit als werkgever voorkomen?
Het gebeurt in de praktijk regelmatig dat een werkgever een werknemer een lening verstrekt voor de aanschaf van bepaalde zaken zoals een auto. Dit is niet zonder risico, zo blijkt ook uit een recente uitspraak van een gerechtshof. Een dergelijke lening kan namelijk aangemerkt worden als een overeenkomst van consumentenkrediet. Is dat het geval dan gelden voor de werkgever verplichtingen in zijn rol als kredietverstrekker. Voldoet de werkgever daar niet aan, dan bestaat het risico dat hij de lening niet kan terugvorderen.














