Het gebeurt in de praktijk regelmatig dat een werkgever een werknemer een lening verstrekt voor de aanschaf van bepaalde zaken zoals een auto. Dit is niet zonder risico, zo blijkt ook uit een recente uitspraak van een gerechtshof. Een dergelijke lening kan namelijk aangemerkt worden als een overeenkomst van consumentenkrediet. Is dat het geval dan gelden voor de werkgever verplichtingen in zijn rol als kredietverstrekker. Voldoet de werkgever daar niet aan, dan bestaat het risico dat hij de lening niet kan terugvorderen.
Op grond van een al langer geldende goedkeuring mag een Vereniging van Eigenaren (hierna: VvE) de bij haar niet-aftrekbare btw doorschuiven naar haar leden-btw-ondernemers. Dit betekent dat deze leden de aan de VvE gefactureerde btw -naar rato- in aftrek kunnen brengen. In augustus 2026 zijn de voorwaarden van deze goedkeuring versoepeld.

Fiscale partners kunnen een aantal inkomens- en aftrekposten naar keuze onderling verdelen in hun aangifte inkomstenbelasting (IB). Op die manier kan gekozen worden voor de laagste gezamenlijke belasting. Soms kunnen er echter redenen zijn om die verdeling achteraf te wijzigen. Maar tot wanneer is wijzigen nog mogelijk?

De Raad van State besliste op 3 juni 2026 dat de Dienst Toeslagen tot 3 juni 2027 geen dwangsommen hoeft te betalen als ze niet of te laat beslissen op verzoeken om vergoeding van de werkelijke schade in de toeslagenaffaire. Rechtbank Midden-Nederland gaat hier niet in mee en legt toch dwangsommen op, maar geeft wel een langere beslistermijn.











